Toetsing en rapportage

Toetsen

Er zijn verschillende vormen van toetsen (proefwerken, schriftelijke overhoringen, verslagen, werkstukken, groepsopdrachten, presentaties). In de bovenbouw maken leerlingen ook schoolexamentoetsen. De leerlingen krijgen daar cijfers voor.
Het schoolbeleid schrijft voor, dat voor het tweede en derde schriftelijke rapport in de onderbouw minimaal drie aparte cijfers per vak behaald dienen te zijn. Het kan echter voorkomen dat een leerling 1 cijfer voor een vak heeft gekregen in een periode, omdat het vak alleen in een vakoverstijgend blok werd aangeboden. De regel geldt evenmin voor éénuursvakken.
In de onderbouw worden tijdens de ingeroosterde vaklessen proefwerken en kleinere so’s gegeven. De bovenbouwleerlingen hebben op één ochtend per week de eerste twee uren voor het maken van toetsen tot hun beschikking.
Naast deze toetsmomenten maken alle leerlingen toetsen in de toetsweken in oktober/november, januari en juni. Aangezien de leerlingen van leerjaren 4 en 5 meer, parallel af te nemen, toetsen maken dan leerlingen in de onderbouw, is er in april een aparte toetsweek voor de bovenbouw.
Voor leerjaren 4, 5 en 6 zijn alle regels met betrekking tot de toetsing vastgelegd in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) en het examenreglement. Beide zijn hier te vinden.

Rapporten

Het schooljaar is in Magister ingedeeld in vier cijferperioden. Per schooljaar ontvangt de leerling echter 3 rapporten. Op het rapport van de leerling treft u het voortschrijdende gemiddelde aan per vak.
In de bovenbouw ontvangt de leerling bij het cijferrapport ook een rapportage van de reeds behaalde cijfers voor het schoolexamen (SE).

De data waarop de rapporten worden uitgereikt zijn 3 december 2013, 14 februari 2014, en 17/18 juli 2014. Voor het verschijnen van de rapporten vindt meestal een bespreking plaats van de mentoren/tutoren en alle docenten die les geven aan een groep leerlingen. In deze vergaderingen worden besluiten genomen naar aanleiding van de voortgang van de resultaten en de ontwikkeling van de leerling.
Naast deze drie schriftelijke rapportages is er na periode 3, in de week van 21 t/m 25 april, voor de leerlingen die dreigen te blijven zitten nog een ‘brandbrief’ met een tussenrapportage, waarmee ouders en leerling gewaarschuwd worden voor ‘de dreiging van het zitten blijven’.

Omdat wij de leerlingen op onze school leren reflecteren op hun vaardigheden en handelen, vinden wij het belangrijk dat de mentor of tutor het rapport met de leerling bespreekt. In het gesprek komen ook onderwerpen als gedrag, plannen en vaardigheden aan de orde. Van dit gesprek maakt de leerling een reflectiedocument dat hij in zijn mentormap (onderbouw) of PTA-map (bovenbouw) stopt.

Tweemaal per jaar werkt de onderbouwleerling aan zijn portfolio, een document dat een verzamelmap van ontwikkelprocessen wordt t.a.v. vaardigheden. De leerling reflecteert op zijn vaardigheden, maakt plannen voor de volgende periode t.a.v. studievaardigheden.

Met een inlogcode is het voor ouders en leerlingen continu mogelijk de behaalde cijfers digitaal te volgen in Magister.

De regels van bevordering

De regels van bevordering voor leerlingen in klas 1 t/m 5 en het volledige examenreglement zijn hier te vinden.

In klas 6 is de slaag-/zakregeling 6 VWO van kracht.
Deze komt in het kort op het volgende neer. Een examenkandidaat is geslaagd als aan de voorwaarden 1 t/m 7 is voldaan:

  1. alle eindcijfers 6 of hoger zijn, of (1) er 1 x 5 is en de overige cijfers zijn 6 of hoger, (2) er 1 x 4 en de overige cijfers zijn 6 of hoger en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, (3) er 2 x 5 of 1 x 4 en 1 x 5 is en de overige cijfers zijn 6 of hoger en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt;
  2. geen enkel eindcijfer lager is dan 4;
  3. het gemiddelde van alle cijfers van het Centraal Examen 5,5 of hoger bedraagt;
  4. de vakken culturele kunstzinnige vorming (alleen op atheneum) en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van het profiel zijn beoordeeld als voldoende of goed;
  5. voor niet meer dan één van de vakken wiskunde, Nederlands en Engels een cijfer 5 is behaald;
  6. geen van de afzonderlijke eindcijfers die bij elkaar het combinatiecijfer vormen lager is dan 4;
  7. alle voor het desbetreffende leerjaar beschreven handelingsdelen zijn voldoende afgerond. 

Voor een aantal vakken wordt een combinatiecijfer gevormd. Het combinatiecijfer wordt voor 6 gymnasium gevormd door de vakken maatschappijleer, algemene natuurwetenschappen en het profielwerkstuk. De leerlingen van 6 atheneum kunnen het vak klassieke culturele vorming hieraan toevoegen. Het cijfer wordt gegeven in één decimaal.