Natuur, Leven & Technologie

Natuur, Leven en Technologie (NLT) is een keuzevak voor leerlingen in de bovenbouw met een natuurprofiel. Nlt laat zien op welke manier de vakken biologie, natuurkunde, scheikunde en wiskunde samenkomen: hoe een combinatie van verschillende disciplines nodig is om complexe vraagstukken uit de wereld van bèta en technologie op te lossen. Het vak is bedoeld als afronding van de natuurprofielen en als voorbereiding op de keuze voor een studie op het gebied van bèta/technologie.

Nlt is meer dan een combinatie van bètavakken. Het gaat om: 

  • Interdisciplinariteit.
    Leerlingen ervaren dat veel natuurwetenschappelijke en technologische vraagstukken een interdisciplinaire aanpak en samenwerking vragen.
  • Studie- en beroepscontext.
    Leerlingen krijgen een beter beeld van de praktijk van studie of beroep.
  • De rol van technologie.
    Leerlingen ondervinden de wisselwerking tussen natuurwetenschap en technologie, dat wil zeggen de bijdrage van technologie aan de ontwikkeling van wetenschappelijke kennis én de bijdrage van nieuwe wetenschappelijke kennis aan de vooruitgang in technologie.
  • De rol van wiskunde.
    Leerlingen ervaren hoe wiskunde wordt gebruikt binnen natuurwetenschap en technologie, zij leren wiskunde kennen als taal van de natuurwetenschap.

Nlt is een modulair vak: elke periode werk je aan een andere module met een andere bètadocent. Voorbeelden van thema’s die bij nlt-modules aan bod kunnen komen: forensisch onderzoek, rijden onder invloed, hart en vaten, holografie, meten en interpreteren, complexe stromen, eiwitkristallografie, van HIV tot aids, robotica.

Voor elke module krijg je twee cijfers: een cijfer voor een praktische opdracht (precieze invulling hiervan verschilt per module) en een cijfer voor een (afsluitende) theoretische toets (in de toetsweek). Al deze cijfers samen resulteren in het eindcijfer voor het schoolexamen. Er is geen centraal examen.

Benodigdheden

  • Interesse in natuurkunde, biologie, scheikunde en wiskunde;
  • Een NG- of NT-profiel;
  • Binas;
  • Rekenmachine (geen grafische).